06 5507 3891

Of ik last heb van narcisme?
Ja, en jij waarschijnlijk ook!

Toen mijn tweede zes maanden oud was, bezocht ik een psycholoog. Ik had last van een heel aantal zwarte wolken boven mijn hoofd. Al na het eerste gesprek verschoof mijn idee over mijn situatie van “moederschapsdepressie” naar het door de psycholoog herbenoemde ‘faseprobleem’. Voelde veel lichter. De gesprekken deden me goed. Na vier, vijf keer vond ik het genoeg, ik kon weer verder. De psycholoog echter stond erop dat hij een brief aan mijn nieuwe huisarts in mijn nieuwe woonplaats zou sturen. Ik ging akkoord en vroeg een kopie. 

Al lezend besefte ik dat wanneer die brief zeg, bij een toekomstig werkgever voorgelezen zou worden, ik de baan nooit zou krijgen. “Ach, iedereen heeft een hele rits stempels wanneer ze hier testen hebben afgelegd”, probeerde de psycholoog me gerust te stellen toen ik mijn zorg met hem deelde.

Van arts naar arts
Ik trok me er uiteindelijk niet zoveel van aan. Was de brief geheel vergeten totdat ik opnieuw verhuisde en ik het papieren dossier van mijn huisarts meekreeg voor zijn plaatsvervanger. Natuurlijk bladerde ik het dossier door toen ik thuis was. En daar was hij: dé brief van 11 jaar ervoor. Ofschoon het label van de psycholoog in de jaren wat mistig was geworden, lag het hier nu weer pontificaal voor me op tafel. Ik herkende me er niet meer in. Ik was zo gegroeid in de tussenliggende jaren. Maar zo’n label reist desondanks van arts naar arts. En mijn nieuwe arts zou me beslist door de label-bril gaan bekijken wanneer ze mijn dossier had doorgebladerd. Ik hoefde niet lang na te denken, nam de brief en verbrandde hem ritueel in mijn achtertuin.

Labelen 
Een label ontvang je niet alleen in het verslag van de psycholoog. Labelen doen we allemaal. Mag ik hier pleiten om daar voorzichtigheid in te betrachten? Zovaak wordt de mens gelijkgesteld aan zijn label – narcist, moordenaar, leugenaar enzovoorts – maar elk mens is zoveel meer dan een label. Verder roepen we vaak maar wat zonder dat we ons in de materie van het label verdiept hebben. 

Ik neem het voorbeeld van het label Narcist, wat tegenwoordig een geliefd label blijkt te zijn. Denk jij nu ook aan een over de top zelfingenomen man die manipuleert, liegt, meerdere affaires heeft, zijn slachtoffer eerst inpalmt en vervolgens langzaam devalueert en verlaat voor een volgende en eventueel later de eerste weer voor zich probeert te winnen? Dan hebben we het over hetzelfde. Dit is het beeld dat overheerst bij dit specifieke label. Onbehandelbaar is het oordeel van ons amateur psychologen – bij vele afgestudeerde psychologen ook trouwens. Alle contact verbreken en wegwezen is het advies op de vele, vele webpagina’s die het onderwerp aansnijden. Maar echt, laten we niet vergeten dat een mens geen narcist ís, een mens kan narcistische trekken hebben en dat is een heel ander uitgangspunt.

Narcissistische hausse
Lijden we aan een narcistische hausse? Zijn het individualisme en exhibitionisme van de laatste decennia voedingsbodem voor een stijgend aantal mensen met gedrag in het narcistische spectrum? Laat me je verrassen, we hebben allemaal last van narcistische trekken!
In het boek Rethink Narcissism verrast psychiater Craig Malkin de wereld met deze stellingname. Had ik dit boek gelezen voordat ik het mijne schreef, dan had mijn boek zeker te weten een andere invalshoek gekregen. De indeling die Malkin hanteert, valt voor een groot deel samen met mijn beschrijvingen van chronische schaamte (tegenwoordig spreek ik liever van niet-erkende schaamte omdat dat beter aangeeft wat ik bedoel).

Menselijke tendens
Iedereen heeft volgens Malkin een zekere mate van narcisme nodig. Hij benoemt het verschijnsel als een menselijke tendens om zich speciaal te voelen. Hij legt narcisme langs een lat van 0 tot 10. Gezonde mensen zitten rond de 6, 7. De schadelijke gevallen (waarover we zo vaak lezen) bevinden zich rond de 8, 9 en 10. Aan de andere kant van de lat zitten de mensen die een tekort aan gezond narcisme hebben, de enen, tweeën, drieën, vieren en vijfjes. Enkele van hun kenmerken: laag zelfbeeld, codependency richting partner, zichzelf niet de moeite waard vinden, pessimistische houding, bescheidenheid, moeite met het geven én krijgen van emotionele support en vaak last van angstige en depressieve gevoelens.
Niet alleen bij de laatste groep zie ik herkenning met een schaamtevoeler (mijn term voor iemand die last heeft van niet-erkende schaamte), ik herken ook zeker gedrag dat richting hogere cijfers gaat – en ja, dat herken ik ook af en toe bij mezelf. Wat Malkin zo heerlijk duidelijk aangeeft is dat spanning ervoor zorgt dat we van een 7 naar een 8 of 9 kunnen schuiven.

Oorzaken
Hoe tegengesteld ze ook lijken, aan beide uiteinden van de lat proberen mensen op hun eigen manier een ‘narcistische high’ te behalen om onder een stressvolle situatie uit te komen. Stressvolle oorzaken die hij aanhaalt , zijn een kopie van de volgens mij belangrijkste veroorzakers van chronische (niet-erkende) schaamte: ‘fear and shame of being unworthy in some way, and sadness and loneliness over being rejected’ (Rethinking Narcissism, p.124).

Aangeleerde gewoonte
En, zo stelt hij, narcisme is een aangeleerde gewoonte en kan in heel veel gevallen afgeleerd worden. Zelden zit iemand continu op een 9 of 10. In de meeste andere gevallen kan met een bepaalde aanpak een stuk onzekerheid tevoorschijn komen en heling plaatsvinden.
Schaamte en narcisme blijken twee zijden van eenzelfde medaille. En liet ik in mijn boek al doorschemeren dat heel veel mensen (onbewust) last hebben van chronische schaamte, Malkin maakt het verschijnsel nóg algemener. De meesten van ons lijden eronder. Dat helpt om compassie te voelen, nietwaar? Met jezelf én met een ander. En hopelijk helpt het ook om een ander niet zonder kennis van zaken te labelen.

*kunstwerk: Emanuella Kozas